Over absences en het leven als te veel ervaren: De terugtrekreflex
02 februari 2019

Over absences en het leven als te veel ervaren: De terugtrekreflex

Samen zitten we aan tafel. Ieder aan een kant. Tekenvel en viltstiften voor ons neus. Je tekent de Eiffeltoren en vertelt over Parijs. Over hoe leuk die stad is en ook wel heel erg druk. De Eiffeltoren vind je het mooiste. Je bent op de tweede verdieping geweest samen met je vader en zusje. Je moeder ging niet mee. Die vond het te hoog. Zij heeft foto s van jullie gemaakt. Je hebt er ééntje voor mij meegenomen. Stralende gezichten. Een prachtige plaatje, mooie herinnering aan een goede vakantie.

Ik ken je al een aantal jaar. Je kwam voor de eerste keer bij mij dat je drie was. Vele ziekenhuisbezoeken en ziekenhuisopnames had je al achter de rug. Ook logeerde je een aantal dagen bij SEIN: een expertisecentrum voor epilepsie. Want dat is wat men verwachtte dat je had: epileptische aanvallen. Klinisch was het echter niet hard te maken.

Nu ben je zeven jaar. Niemand krijgt echt grip op je en jij al helemaal niet op jezelf. Van het één op het andere moment val je weg, ongeacht wat je aan het doen bent. Als je aan het spelen bent op het schoolplein, aan het werk bent in de klas of thuis aan tafel tijdens het eten of zittend voor de tv op de bank. Dan staar je glazig de wereld in, lijk je niets meer te horen of te zien. Soms gaat dit gepaard met hyperventilatie, een aantal keer ben je flauw gevallen.

Ook bij mij val je weleens weg. De eerste keer schrok ik daar van. Inmiddels weet ik dat je vanzelf weer bijtrekt. Soms is dat binnen vijf minuten. Vaker pas na een kwartier. We hebben ontdekt dat het jou helpt om, wanneer je ‘weg bent’ stevig je armen en benen te omvatten. Daarbij tikken we je op wisselende plekken op je lijf. Zo maken we je bewust van je lichaam, een andere manier van wakker schudden om je terug naar hier te halen.

Als je ‘vertrokken’ bent, val je niet. Je blijft zitten, staan of liggen, net hoe je aan het doen was. Je ogen wijd opengesperd, starend in het niets. Geen spiertje beweegt. Het is alsof je bevroren bent. Ik kan mij indenken dat mensen soms zeggen dat je dit speelt en je omgeving fopt. Maar weet je; in gespeeld gedrag geloof ik niet. Gedrag heeft een reden en daarbij voelt dit wat er bij jou gebeurt anders. Of acuut de stekker eruit getrokken wordt, op onbewust niveau. Jouw manier van doen doet mij sterk denken aan de terugtrekreflex.

De terugtrekreflex ontstaat rond de vijfde week in de baarmoeder en is de eerste reflex in de bewegingsketen. Deze reflex gaat in werking tijdens de reis van de bevruchte cel naar de baarmoeder, waar de cel zich zal innestelen. De trilharen van de baarmoedermond die de cel voortstuwen prikkelen de buitenwand van de cel. Het is het eerste contact van het kind in wording met de buitenwereld. De eerste training die het kind krijgt om te kunnen omgaan met prikkels van buitenaf.

https://www.youtube.com/watch?v=AcLso3g4-0o&t=206s vanaf minuut 2.25

De terugtrekreflex heeft een nauwe relatie met het autonome zenuwstelsel. Dat deel van het zenuwstelsel dat gas kan geven om in actie te komen en op het rempedaal trapt als prikkels teveel worden of  te verwarrend.

De terugtrekreflex leert ons basisvertrouwen. Het zorgt ervoor dat we kunnen dealen met dat wat er op ons pad komt. Het draagt bij aan durven laten zien wie je bent, wat je kunt en wat jouw missie is in dit leven. Als de terugtrekreflex niet goed integreert kan er angst ontstaan. Diepe angst om afgewezen te worden en niet goed genoeg te zijn.

Dit is waarvan ik vermoed dat bij jou gebeurt.

Wanneer prikkels teveel voor je worden, haak je af. Als een overlevingsstrategie. Deze prikkels kunnen zijn:  Een woordspeling die je niet begrijpt. Een lach die je niet kunt plaatsen als een liefdevolle lach maar opvat als een afwijzing. Een vraag waar je het antwoord niet direct op weet. Een herinnering aan iets dat minder leuk is geweest. Iets moeten waar je geen enkele zin in hebt en er het nut niet van inziet. Het verdriet van iemand anders zien of (aan)voelen wat jou ook verdrietig maakt. Een aanraking zoals iemand die tegen je aanstoot en jij niet zag aankomen.

Waarom je zo prikkelgevoelig bent daar kunnen we alleen naar raden. Voor jouw komst heeft je moeder een aantal keer een miskraam gehad. Het was heel spannend of het met jou wel goed zou gaan. Om dit te controleren zijn er regelmatig controles geweest via echografie. Wat doet een echo met een baby? Er zijn verschillende onderzoeken geweest dat dit in de buik heel veel geluid maakt. Kon je dat verdragen? Wat heeft de bezorgdheid en angst van jouw ouders, opa s en oma s met jou gedaan? Hoeveel stressstoffen heeft je moeder aangemaakt en zijn er via de navelstreng in jouw systeem gekomen waardoor je meer prikkelgevoelig bent dan gemiddeld? Wist jij dat het wel goed zou gaan en konden je ouders jou niet horen? Je ziet, voelt en merkt zoveel dingen op. Is het voor jou teveel om hiermee te dealen?

De zorg om jou blijft. Het vertrouwen dat we op de goede weg zijn groeit. Je bent energieker, maakt grapjes, hebt een vriendin en geniet van je danslessen. Tijdens het weekje Parijs ben je maar twee keer op ‘uit’ gegaan. Je ouders geven aan dat ze jou nog nooit zo relaxt hebben gezien.

Je blijft onder controle bij de kinderarts en als er iets is dat verontrust kun je daar direct weer terecht. Daarnaast blijven we samen aan het werk om je lijf te laten voelen hoe het om kan gaan met prikkels. Accepterend dat jij dat in jouw eigen tempo doet.

Carla van Wensen