Goed geïntegreerde reflexen zorgen voor een goede balans in ons denken, voelen en doen

Reflexintegratie is een lichaamsgerichte therapievorm die wellicht een oplossing kan bieden voor het kind dat het minder makkelijk heeft. Actieve reflexen kosten het kind veel energie en kunnen ervoor zorgen dat het blokkeert in zijn denken-voelen en doen. Over reflexintegratie schrijf ik regelmatig Blogs en de boeken Prachtig lastig: reflexpatronen en niet begrepen gedrag en het bijbehorend werkboek de Ik-fabriek. Deze zijn uitgegeven door uitgeverij SWP. 

In Nederland is men nog niet gewend om te denken aan de reflexen wanneer er bij het kind sprake is van concentratiestoornissen, niet begrepen gedrag, niet begrepen lichamelijke klachten, (motorische) ontwikkelingsachterstand, angsten of leerproblematiek. Heel vaak gaat men dan aan het werk met dat wat er mis gaat en zodoende kan het gebeuren dat men bezig gaat met het vullen van een flesje (zie afbeelding) terwijl één of meerdere onderliggende flesjes nog niet geheel gevuld zijn. Dit kan een eindeloos proces worden doordat het kind de basis mist waardoor het flesje gevuld kan worden. Een kind kan pas goed rekenen, lezen, luisteren, bewegen of (bijvoorbeeld) concentreren  als alle onderliggende flesjes gevuld zijn. Om dit te bereiken moeten onder andere de ogen goed (samen)werken, het hoofd goed rechtop kunnen blijven onafhankelijk van de stand van de romp, het gehoor goed zijn en het evenwicht.

Eindeloos rekensommen geven, het oefenen van het vangen van een bal, staan op 1 been of het kind continu aanspreken op zijn niet gewenste gedrag: het kind wil wel anders, maar het lukt dan gewoon niet, met soms frustratie en onmacht tot gevolg. Vanuit het oogpunt van de reflexen ga je je niet bezig houden met de vaardigheid die er mis gaat, maar ga je zoeken naar welk flesje nog niet gevuld is. Daar ga je dan  mee aan het werk, waardoor de bovenliggende flesjes als vanzelf gevuld zullen gaan worden.

Iedere gezonde, pasgeboren baby beschikt over vele reflexen. Dit zijn aangeboren bewegingen die je niet met ‘de wil’ kunt aansturen. Deze bewegingen ontstaan al in de baarmoeder. Ze ontwikkelen zich in een vaste volgorde, in een vaststaand tijdsbestek en worden aangestuurd vanuit de hersenstam. Daar starten ze op om ieder hun eigen route door de hersenen te volgen. Elke reflex heeft een eigen taak en is gekoppeld aan een bepaald gebied in het brein. Ze vormen de basis voor de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel en de hersenen en helpen de baby om tijdens de uitdrijving het geboortekanaal te verlaten. Na de geboorte zorgen ze ervoor dat de baby de eerste maanden kan overleven en dragen ze bij aan de ontwikkeling.

Reflexen hebben als doel het kinderlijf en -brein goed te laten samenwerken op fysiek, sociaal-emotioneel én cognitief vlak. Ze zorgen voor de ontwikkeling en beschermen als er gevaar dreigt.

Het ontwikkelingsdoel van de reflexen:

  1. fysiek doel: overleven, beschermen, motorisch-zintuiglijke ontwikkeling / prikkelverwerking
  2. sociaal-emotioneel doel: kunnen en durven zijn wie je bent, verbinden
  3. cognitief/mentaal doel: begrijpen, verwerken, communiceren, handelen 

Goed ontwikkelde reflexen hebben tot gevolg dat het kind fysiek goed zal kunnen functioneren. Dit komt doordat de reflexen de basis vormen voor het evenwicht, de zintuigen, tijd en ruimtebesef, motorische en visuele vaardigheden en de motoriek. Ook zijn de reflexen verantwoordelijk voor hoe het kind zich sociaal-emotioneel en cognitief ontwikkelt.  Hoe dit werkt is te zien in de onderstaande afbeelding.

Deze afbeelding stelt een ontwikkelingslaboratorium voor. Om in balans te kunnen opgroeien en om volledig gebruik te kunnen maken van je potentieel, moet elk flesje gevuld zijn. Dit vullen gebeurt stap voor stap, van beneden naar boven. Pas als de onderste rij goed gevuld is kan de volgende rij flesjes gevuld gaan worden. Het tempo waarin de flesjes zich vullen is afhankelijk van de (ontwikkelings)leeftijd van het kind, de persoonlijkheid van het kind en de omgevingsfactoren. Daarbij is ieder kind uniek en houdt het zijn eigen leerweg aan. Omdat elk kind uniek is zal deze ontwikkeling niet voor ieder kind gelijk gaan.

Wanneer er ergens in de ontwikkeling van het kind iets mis gaat, denk aan bijvoorbeeld: ziekte, stress of een (geboorte)trauma, zal dit gevolgen hebben voor hoe het brein omgaat met de reflexen. Dit zal gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de hogere hersenfuncties, zoals leren, motorische ontwikkeling, concentreren of het laten zien van niet gewenst gedrag.

Stress heeft gevolgen voor de werking van de primaire reflexen. Onder stress blijven zij aanwezig en uitgedoofde reflexen worden opnieuw in werking gezet. Dat gebeurt instinctief. Aangestuurd door het brein dat onder invloed van de dreiging de reflexen in werking zet in de stand ‘beschermen en overleven’. Stressfactoren zoals ziekte, een (geboorte)trauma of een niet-veilige omgeving kunnen daarvoor verantwoordelijk zijn.

Over reflexen heb je geen controle. Ze hebben altijd voorrang, met niet leuke gevolgen. Onder invloed van een reflex kun je per ongeluk dingen omstoten. Minder makkelijk vrienden maken. Een piekerbrein hebben. Te lief zijn, dwars, agressief of zo bang zijn dat je onder de tafel gaat zitten en spuugt als er iemand bij je in de buurt komt. Ook kom je soms moeilijker tot leren of heb je fysieke klachten zoals hoofdpijn en buikpijn waarvoor geen oorzaak te vinden is. Ongeremde reflexen putten een kind helemaal uit en verstoren de ontwikkeling.

Dit levert verdriet, onmacht en frustratie op bij het kind (en de mensen om hem heen). Niet alleen omdat het kind zich meestal wel bewust is dat het bij hem anders gaat dan bij de andere kinderen. Ook omdat de omgeving van het kind vaak niet begrijpt waarom hij doet zoals hij doet. Dit heeft gevolgen voor het zelfvertrouwen en het gevoel van basisveiligheid.

kenmerken-niet-geïntegreerde-reflexen

Wanneer de grijpreflex nog niet goed geïntegreerd is, zal elke prikkel van de hand ervoor zorgen dat deze weer opengaat. Hoe kun je ervoor zorgen dat je netjes schrijft of binnen de lijntjes kleurt, als het je zoveel moeite kost om je pen of kleurpotlood vast te houden? Of: Het kind dat niet stil kan zitten, wil dat wel, maar het lukt hem niet omdat de oprichtreflex niet geïntegreerd is. Het zal gaan hangen op zijn stoel, wiebelen, en regelmatig afdwalen met zijn gedachten. De oprichtreflex is namelijk ook verantwoordelijk voor aandacht en focus. Een (faal) angstig kind wil wel anders denken maar als de overlevingsreflex, nodig bij de geboorte, nog actief is, blijft dit kind in de alarmstand staan. Dan is de veroorzaker van de angst dus niet een negatieve gedachte of emotie, maar een reflex die niet tot rust is gebracht.

Door uit te testen welke reflex verstoord is, wat er aan de verstoring van de reflex ten grondslag ligt en vervolgens het volgen van een (licht) bewegingsprogramma kan er in de meeste gevallen snel verbetering optreden. 
Deze oefeningen zijn leuk omdat ze samen met de ouder, broertjes of zusjes gedaan kunnen worden. Ook zal het plezier verhoogd worden doordat skippyballen, yogaballen of ander spelmateriaal ingezet kunnen worden zowel thuis, als in de praktijk. 

Voor meer info over een workshop reflexintegratie: workshops