Over voorgevoelens, overprikkeling en sensitief waarnemen

Voorgevoelens

De moeder van Bas belt mij op met het volgende verhaal: vier maanden geleden is haar pasgeboren zoon na één week overleden. Ook is zij zelf heel ziek geweest en heeft ze de dood in de ogen gekeken. De schok en het verdriet om alles wat gebeurd is zijn niet te beschrijven. Bas, haar oudste zoon van vijf jaar, had een paar weken voor de geboorte van zijn broertje zijn zorgen en angst geuit. Door middel van het zingen van een liedje vertelde hij het gevoel te hebben dat de baby dood zou gaan. Natuurlijk schrok Bas’ moeder hier heel erg van, maar samen met haar man deed ze het af als normale kinderangsten en overbezorgdheid. Achteraf bleken de voorgevoelens van Bas echter juist te zijn.( de naam Bas is gefingeerd)

Soms weten kinderen dingen die ze eigenlijk niet kunnen weten. Je kunt dit omschrijven als niet te verklaren voorvoelen. Deze materie is voor veel volwassenen ongrijpbaar. Wat zij echter vergeten is dat zij zelf ooit ook dat intuitieve en sensitieve kind zijn geweest. Twee kwaliteiten die alles te maken hebben met de ontwikkeling en de functie van het brein. Intuitie en sensitiviteit huizen namelijk in de hersenstam, dat deel van het brein dat als eerste ontwikkelt en als taak heeft ervoor te zorgen dat het kan overleven. In deze ontwikkelingsfase van het brein ben je als kind compleet aangewezen op je zintuigen, de sensitieve en intuitieve systemen van het lijf en brein. Het kind kan niet anders dan voelen, de hogere hersendelen, waar het vermogen tot denken en adequaat handelen zit, zijn nog volop in ontwikkeling.

Het verschil tussen intuitie en voorvoelen

Toch begrijp ik deze volwassenen die niet weten wat ze met de opmerkingen en gevoelens van hun kind aanmoeten of erdoor verward zijn: Intuitie laat zich lastig omschrijven. Er is eigenlijk niet één woord voor, omdat het meer iets is dat je voelt. Intuïtie wordt beschreven als oude kennis, doorgegeven via onze familielijnen, die ligt opgeslagen in ons (onder)bewustzijn en in onze cellen.Wanneer je intuïtief bent, sta je sterk in contact met je gevoel en het innerlijk weten. Daarbij zijn intuïtie en niet te verklaren voorvoelen twee wezenlijk verschillende dingen. Intuïtie heeft iedereen, niet verklaarbare voorgevoelens heeft niet iedereen. Dingen voorvoelen komt eigenlijk alleen voor bij mensen die ook zeer intuïtief zijn. Naast het bewustzijn van je eigen ik is er ook nog een bewustzijn waarbij je verbonden bent met alles en iedereen om je heen. Dit wordt het collectief bewustzijn genoemd. Vooral jongere kinderen staan hier nog sterk mee in verbinding. Door deze verbinding staan ze open voor alle bewuste en onbewuste signalen en informatie die hun omgeving (en/of de ether) uitzendt en nemen ze veel meer waar dan de gemiddelde volwassene. Dit kan de intuïtie alleen nog maar versterken. Voor sommige kinderen kan het heel normaal zijn dat ze al vooraf weten wat er gaat gebeuren. Het hoort voor hen bij het dagelijks leven zoals aankleden en tandenpoetsen. Sommige kinderen vertellen over kleurtjes om mensen, planten en dieren heen. Elke kleur hoort voor hen bij een bepaald gevoel zoals blijheid, boosheid of verdriet. Ooit vertelde een kind uit mijn praktijk dat zijn hondje bijna doodgaat omdat zijn kleurtjes op zijn. Heel intuïtief zijn kan met zich meebrengen dat je soms dingen weet zonder dat je kunt uitleggen waarom. Wetenschappelijk valt dit (nog) niet te verklaren. Het onderstaande verhaal van Floor maakt duidelijk dat dit oppikken van informatie over grenzen heen kan gaan.

Floor, een meisje van drie jaar, is met haar ouders op een camping in Zuid-Frankrijk. Ze geniet intens van het strand, zwembad, de omgeving en het contact met andere kinderen op de camping. Op een middag zit Floor in de speeltuin in gedachten te schommelen. Plotseling zegt ze: ‘Er is iets met opa. Opa is dood, oh nee, niet opa. Maar hij is heel verdrietig. Ik denk dat er een vriend van hem is doodgegaan.’ Verschrikt belt Floors moeder naar haar ouders. Die vertellen haar dat de beste vriend van opa die ochtend is overleden als gevolg van een hartinfarct.

Voor ouders is deze materie vaak nieuw en niet te bevatten. Er komen allerlei vragen naar boven zoals: hoe kan dit? Wat moeten we hiermee? Hoe bescherm ik mijn kind hiervoor? Moet ik mijn kind wel hiervoor beschermen?

Dingen voorvoelen kan beangstigend zijn en een gevoel van onveiligheid geven. Daarnaast kost het veel energie. Zolang een kind ruimte voelt en krijgt om te vertellen over de gedachten en ideeën die het in zijn hoofd heeft, kan het gewoon zichzelf blijven. Problemen ontstaan wanneer het kind merkt dat het niet sociaal wenselijk is om over dit soort dingen te praten. Je weet dat er iets gaat gebeuren of je ziet iets wat anderen niet zien, maar je kunt er met niemand over spreken. Dat schept verwarring en een gevoel van onzekerheid. Meestal verdwijnt deze gevoeligheid naar de achtergrond vanaf de leeftijd van zeven jaar. Dit alles heeft te maken met de rijping van het brein waardoor de intuitie veelal wordt overgenomen wordt door het denken. Hogere hersendelen komen meer en meer tot ontwikkeling en het kind leert handelen, informatie te integreren en zo oorzaak en gevolg te zien. Een kind krijgt dan veel meer oog voor de wereld om hem heen. Zaken als school, vriendjes, zwemles en allerlei andere bezigheden en indrukken maken dat deze kwaliteiten, dingen kunnen voorvoelen en afgaan op je intuitie, vaak naar de achtergrond verdwijnt.

De metafoor van de voelsprietjes

Door gebruik te maken van de metafoor van de voelsprieten kan het makkelijker zijn om te begrijpen hoe het sensitief waarnemen bij het (jonge) kind werkt.

Weet je dat wij allemaal voelsprieten hebben? Zij zitten over ons hele lichaam en tasten voor ons de omgeving af. Zij bekijken, voelen, ruiken, horen, proeven en weten voor ons wat er bij ons hoort en wat niet. De sprieten variëren in lengte en van persoon tot persoon. De ene persoon heeft meer voelsprieten dan de andere. Daarnaast is ook niet elke voelspriet van een persoon even lang. Dit betekent dat iedereen voelt en ervaart op zijn eigen manier. De een is bijvoorbeeld gevoeliger voor geluid dan de ander (lange sprieten op de oren), de ander kan slecht tegen zonlicht (lange sprieten op de ogen), sommige mensen leven zodanig mee met anderen dat ze zichzelf soms verliezen in de emoties van die ander (lange meevoelsprieten) en weer anderen zijn zeer gevoelig voor pijn (lange sprieten op de huid, bij de gevoelssensoren). Sommige mensen zijn gevoeliger op meerdere vlakken. Dat weten we eigenlijk allemaal. Ieder mens is uniek. Want hoewel we als mensen allemaal erg op elkaar lijken, toch iedereen heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing of handleiding om met bepaalde situaties en gebeurtenissen om te gaan. Dat wordt bijvoorbeeld bepaald door factoren zoals aanleg, erfelijkheid, verworven factoren (bijvoorbeeld ziekten of trauma’s) en karaktereigenschappen.

Door je voelsprieten zo ver mogelijk uit te zetten pik je alle informatie om je heen op. Heb je behoefte aan rust, dan trek je je voelsprietjes in en sluit je alle luikjes. Het is heel handig dat dit systeem zo werkt.Er is een maximum aan het aantal prikkels en de hoeveelheid informatie die je per dag kunt verwerken. Als een kind goed in zijn vel zit, bewaakt het zijn grenzen op de juiste manier. Het zal dan als vanzelf aanvoelen wanneer het zijn voelsprieten kan uitzetten en de deurtjes kan openen om alle signalen op te vangen. Ook voelt het kind wanneer het beter is om de voelsprietjes in te trekken en alle luiken te sluiten. Het staat dan in zijn kracht en behoudt zo genoeg energie om alles wat er op zijn pad komt goed te verwerken: fysiek, mentaal en sociaal-emotioneel. Echter, juist door het feit dat het jonge kind zeer sensitief is pikt het makkelijk allerlei signalen op. Dat is heel mooi maar het kan tegelijkertijd ook een valkuil zijn. Dan komt er zoveel informatie binnen dat deze niet meer af te remmen is of niet meer op de juiste plek in het brein gebracht kan worden. Er kan dan relatief snel overprikkeling ontstaan.

Overprikkeling

Met carnaval is het altijd groot feest in ons dorp. De kinderen verkleden zich en worden in groepen op versierde boerenkarren door het dorp gereden. Elke boerenkar heeft een geluidsinstallatie waaruit carnavalskrakers klinken en iedereen zingt volop mee. Na afloop van de optocht gaat iedereen naar het dorpshuis. Daar is het afgeladen vol. Iedereen hangt tegen elkaar aan. Er is een dj en de muziek staat zo hard dat je elkaar niet kunt verstaan. De discolichten flikkeren volop. Omdat wij voor het eerste jaar meededen wisten wij nog niet hoe de dag zou verlopen. Daar hebben we heel veel spijt van gehad. Jesse (vijf jaar) vond de optocht nog wel leuk. Maar in het dorpshuis stond hij met zijn handen voor zijn oren, zijn gezicht verstopte hij in mijn trui en hij kon alleen nog maar huilen. Zijn gezicht zag lijkbleek. We zijn toen direct naar huis gegaan. ’s Avonds heeft hij overgegeven en had hij diarree. Volgend jaar houden we beter in de gaten wanneer het genoeg voor hem is. Dan gaan we gewoon eerder naar huis.

Overprikkeling kan op verschillende manieren ontstaan:

  1. Soms hebben kinderen moeite om hun voelsprieten in te trekken waardoor de informatie maar naar binnen blijft stromen.

Dit kan gebeuren bij het kind dat moe is, ziek is of veel spanning heeft. Het heeft dan te weinig energie om zichzelf af te schermen voor alles wat er op hem afkomt en kan het snel te veel worden. Ook als volwassene herken je hoe dit werkt; wanneer je moe bent of niet lekker in je vel zit krijg je eerder last van je lijf en raak je sneller geïrriteerd door herrie, intonaties van gesproken woorden of de manier waarop iemand naar je kijkt

Ook kan het zijn dat kinderen hun voelsprietjes niet in willen trekken. Dit zijn bijvoorbeeld de kinderen die controle willen houden over alles wat er om hen heen gebeurt.

  1. Soms heeft een kind veel meer of langere voelsprieten dan andere kinderen.

Dit zijn de kinderen die in aanleg een verhoogde gevoeligheid hebben. Het filtersysteem in het brein werkt gewoon goed maar door de hogere gevoeligheid van het zenuwstelsel en de hersenen zijn prikkels al snel te veel. Dit zijn bijvoorbeeld de kinderen die heel veel waarnemen en ogen en oren in hun achterhoofd hebben: ze zien alles, horen alles en merken alles op (zelfs als ze nog heel klein zijn of nog in de baarmoeder zitten).

  1. Soms past wat de voelsprieten voelen in geen enkel mandje in het brein. Dan kan het schakelcentrum, het brein, de informatie niet of niet op tijd verwerken.

Dit zijn de kinderen die ‘het dagelijks leven’ nog heel spannend vinden en als heftig ervaren of die niet goed begrijpen wat er om hen heen gebeurt. Veel dingen voelen overweldigend aan. Dit geeft angst en stress en daardoor blijven ze graag in de buurt van mensen in wie ze vertrouwen hebben en bij wie ze veiligheid ervaren.
Het kunnen ook de kinderen zijn die traag lijken. Veel dingen gaan voor hen te snel. Of kinderen die anders reageren op prikkels dan je zou verwachten, bijvoorbeeld kinderen die een hoge pijndrempel hebben of pijn niet als pijn ervaren. Of kinderen die woordgrapjes niet begrijpen en de gesproken taal heel letterlijk nemen. Vaak raken kinderen in dit soort situaties niet overprikkeld door te heftige informatie maar doordat situaties verwarring veroorzaken bij het kind of zijn omgeving en op die manier stress opleveren.

Overprikkeling is een reactie op een situatie waarin een kind lichamelijk of emotioneel veel heftiger, stiller of anders reageert dan je in die situatie zou verwachten. Het kind dreigt uit balans te raken omdat het hem niet meer lukt om de binnenkomende prikkels, informatie of voedingsstoffen op een voor hem goede manier te verwerken. Een kind kan gaan huilen, gillen, agressief worden, angstig of onzeker gedrag laten zien, klagen over hoofdpijn of buikpijn of compleet dichtklappen waardoor je aan de buitenkant niets ziet.

Wanneer je weet waarvoor een kind gevoelig is of welke prikkels het al snel als te veel of te heftig ervaart, kun je op tijd ingrijpen. Je kunt er dan bijvoorbeeld voor zorgen dat de overprikkeling voorkomen wordt door bepaalde prikkels te vermijden of, zoals de moeder van Jesse beschrijft, er in het vervolg anders mee om te gaan.

Uit:Opgroeien in evenwicht, SWP, Amsterdam opgroeien-in-evenwicht

Eerste hulp tips om het overprikkelde kind tot rust te brengen

Welke tips werken zal afhangen van het kind, want ieder kind is uniek en heeft een eigen genenpakketje. Ook de oorzakelijke factoren van overprikkeling kunnen verschillend zijn waardoor de oplossing anders is. Kijk, voel,luister, merk en vraag aan het kind zelf wat het nodig heeft om zich beter te voelen.

– Stevig knuffelen/vastpakken/wiegen geeft een gevoel van veiligheid doordat het kind zijn eigen lijf goed kan voelen en zo de verbinding met zichzelf kan herstellen.

– Rust geven, het alleen laten, spelen op I-pad, muziek luisteren zorgt ervoor dat de filtersystemen in het brein volledige rust krijgen en kunnen verversen

– Vuurtje maken en in het vuur staren geeft focus, het brengt het oerbrein weer in balans: de kracht van het NU

– Douchen, een manier om schoon te spoelen, jezelf leeg te maken. Sensatie van water en warmte op je huid geeft weer verbinding met je eigen lijf

– Massage van de rug, geeft ontspanning en veiligheid.

– Massage van de voeten, geeft ontspanning doordat overlevingsreflexen waaronder de Foot Tendon guard reflex tot rust worden gebracht.

Wist je dat er onder je voeten energiepunten zitten die ervoor zorgen dat je je kunt ontspannen? Probeer het maar eens uit.

Vraag iemand die je lief vindt en vertrouwt om jouw voeten te masseren. Je ligt met blote voeten op je rug. Als je liever op je buik of op je zij wilt liggen, mag dat natuurlijk ook.

  1. Zet twee duimen op het midden van de voet. Wrijf met de duimen van het midden van de voet naar de bal van de voet en naar het begin van de hiel (herhaal dit tien keer).
  2. Masseer de zwemvliezen tussen de tenen. Draai hier rondjes, tien tellen per teen.
  3. Knijp zachtjes in de tenen, begin bij de grote teen. Kneed deze vanaf de voet tot de nagel en doe dit verder bij alle tenen.

Als je het niet fijn vindt wanneer iemand aan je voeten zit, mag je ook je sokken aanhouden. Dan kriebelt het minder erg en went je voet er sneller aan. Je kunt deze oefening natuurlijk ook heel goed bij jezelf doen. Probeer het maar eens uit.

Carla van Wensen

Wil je meer hierover  weten? Kijk dan eens op mijn site: https://www.carlavanwensen.nl/workshops/Kind-in-evenwicht

Nieuw: In maart start een vernieuwde cursus Kind in evenwicht. Vier dagen waarin je leert om via een speelse en luchtige manier te kunnen uittesten waarom het kind uit het balans is gegaan (fysiek-sociaal-emotioneel-cognitief) en hoe je dit kunt oplossen. https://www.carlavanwensen.nl/Workshops/Cursus-Kind-in-evenwicht

 

Delen op: